Beste Vrienden van de Muziek
Vandaag kwamen de eerste zes finalisten hun keuzeconcerto met het orkest repeteren in Bozar. Ze krijgen daarvoor elk precies 50 minuten. Dit is voor de kandidaten een erg belangrijke repetitie: kennismaking met het BNO en kennismaking met de zaal. De kennismaking met dirigent Antony Hermus gebeurde gisteren en eergisteren al. De maestro was erg opgetogen over zijn individuele ontmoetingen met de twaalf finalisten. “Er zitten een paar heel grote persoonlijkheden tussen en het wordt een week om duimen en vingers van af te likken”, waren zijn woorden. Hij had het ook over een kandidaat die kampt met tendinitis, een helaas veel voorkomende aandoening bij strijkers.
Een groot probleem waar wij als orkestmusici mee te maken hebben, is dat we op het podium de verhoudingen tussen de instrumenten anders horen dan in de zaal. Wij horen dus niet hetzelfde als wat u in het publiek hoort en omgekeerd. Idealiter zou je eigenlijk je lichaam op het podium moeten hebben en je oren twintig meter verder, in de zaal. Daarom ben ik letterlijk en figuurlijk niet goed geplaatst (zo diep in het orkest, achter de solist) om een oordeel te vellen over de kandidaten. Ik vergelijk het soms met het schilderen van een muur: als je even een paar stappen achteruit zet, zie je tekortkomingen die je niet ziet wanneer je er met je neus op zit (en vice versa). Dat is ook de reden waarom Antony Hermus voor deze repetities in Bozar werkt met een assistent die plaatsneemt achter de jurytafel en vanop een afstand nota neemt van de verbeterpunten. En het gaat daarbij vooral om de balans tussen cello en orkest. Met ‘balans’ bedoelen we de verhouding in volume tussen de verschillende musici, in dit geval tussen de solist en de orkestbegeleiding. Het overgrote deel van de verzoeken die Maestro Hermus aan het orkest richt, gaan trouwens over die balans. Als hij het orkest bijna onhoorbaar zacht wil, zegt hij: “If you can hear yourself playing, you are too loud…”
De dag begon met Dutilleux met Maria Zaitseva uit Rusland, de eerste kandidate voor de maandagavond. Zij opende haar repetitie heel vrolijk: “Hello, I am your first Guinea-pig!”, waarmee ze zichzelf gelijkstelde met een proefdier en het orkest dus met het laboratorium. Ze kwam me erg relaxed over. Dit meisje heeft tonnen wedstrijdervaring en dat voel je onmiddellijk. Ze benutte haar repetitietijd tot de laatste seconde. Dat is ook logisch, met zo een ontzettend complex en moeilijk te synchroniseren stuk als ‘Tout un monde lointain’ van Dutilleux, dat ze bovendien uit het hoofd zou willen spelen. Benieuwd of ze dat effectief zal doen! De vraag blijft: kan je een wedstrijd zoals de KEW winnen met Dutilleux … ?
De Dvorak met de Duitser Lionel Martin (de tweede finalist op maandagavond) deed me nog eens inzien welk een ongelooflijke evergreen dit stuk eigenlijk wel is: zoveel meeslepende melodieën, zoveel ontroerende momenten. Het is het langste concerto in de finale, dik veertig minuten. Lionel kon het dus één keer doorspelen en daarna restten hem slechts zeven minuten voor enkele verzoeken en bijstellingen.
Vlak voor de middagpauze vlamde de eerste kandidaat voor dinsdag, de Japanner Yo Kitamura, als een raket door zijn Prokofiev. Waw, what a hell of a ride was that!
Na een snelle ciabatta met kip, Parmezaanse kaas en rucola werd de tweede helft van de dag ingezet door de Rus Ivan Sendetsky met de eerste van viermaal Shostakovich, te horen op dinsdagavond na de pauze. Ivan begon zijn repetitie niet met een doorloop van het stuk, maar met twee moeilijke tempo-overgangen die hij vooraf even met het orkest wou oefenen. Hij speelde de volledige (minutenlange) cadens tijdens deze repetitie, wat eerder ongebruikelijk is. Een ‘cadens’ is een passage in het concerto waar de solist alleen speelt en het orkest zwijgt. Oorspronkelijk was dat het moment voor de solist om even te improviseren op thema’s uit het concerto, maar in de 20ste-eeuwse concerto’s werd de cadens bijna altijd gecomponeerd door de componist zelf en maakt hij dus deel uit van de compositie. In het reguliere concertleven gebeurt het vaak dat de solist tijdens zijn repetitie met het orkest de cadens overslaat (om tijd te winnen) en dat wij de cadens pas voor het eerst horen tijdens het concert. Maar de cadens van Ivan, die hebben we dus al gehoord! Nog bijzonder: deze jongeman is het niet eens met de metronoomcijfers die in de partituur worden weergegeven en speelt het eerste deel veel sneller dan normaal. Fasten your seatbelts!
Antony Hermus gebruikt voor de vier Shostakovichen vier verschillende kopieën van de partituur. Zo kan hij alle aantekeningen voor de vier verschillende interpretaties beter uit elkaar houden. Dit stuk is een écht wedstrijdstuk. In 2017 won Victor Julien-Laferrière de eerste editie van de cello-KEW met dit concerto.
Er volgden nog twee Prokofievs, allebei voor komende woensdagavond. De Italiaan Ettore Pagano verblufte me met zijn heel groot en zangerig geluid. Het deed me onwillekeurig denken aan die Italiaanse tenoren à la Enrico Caruso en Luciano Pavarotti.
De Franse finaliste Clara Dietlin heeft een half jaar verlof zonder wedde genomen van haar job in het orkest van de Parijse opera om aan deze KEW deel te nemen. Heel goed dus voor haar, dat ze het al minstens tot in de finale geschopt heeft!
Om nog even te antwoorden op de meest gestelde vraag van de dag: nee, Antony Hermus is zijn traktatiebelofte nog niet nagekomen. Laat ons hopen dat hij straks niet met Nederlandse pilsjes komt aandraven!
Morgen schrijf ik u over de passage van de laatste zes finalisten.
Bram