Maandag 18.05.2026

· Blog KEW 2026


Beste Vrienden van de Muziek

De dag begon met het in-trieste nieuws van het overlijden van de echtgenoot van een BNO-collega. Hij was al heel lang ziek en heeft uiteindelijk de ongelijke strijd verloren. U zal het me niet kwalijk nemen dat ik de naam van de collega hier niet vermeld, maar mijn persoonlijk medeleven bij dit tragisch verlies is er daarom niet minder om. Dergelijke gebeurtenissen doen ons de verpletterende relativiteit aanvoelen van deze KEW en bij uitbreiding van alles wat we beroepsmatig doen.

De ochtendrepetitie werd gewijd aan het plichtwerk van Fang Man. (In China zet men steeds de familienaam op kop. Het is dus ‘mevrouw Fang’, of ‘Mandy’ voor de vrienden.) Net zoals een auto-mecanicien een motor helemaal uit elkaar haalt, smeert en oliet en daarna terug in elkaar zet, demonteerde en assembleerde dirigent Antony Hermus het plichtwerk. Hij kan dat als geen ander! We maakten ook twee opnames van het stuk. Die moeten dienen als studiehulp voor de kandidaten. Eén opname met solist (onze cello-aanvoerder Olsi Leka) én een opname zonder solist, een soort van karaoke-versie dus. Dat lijkt me al een serieuze hulp voor de kandidaten bij
het instuderen. Enkele maanden geleden mocht ik het kakelverse hobo-concerto van Jan Van der Roost creëren. Er bestond (uiteraard) nog geen opname van, laat staan een karaoke-versie. Wel, je kunt je niet inbeelden hoe moeilijk ik dat vond: iets instuderen waar nog geen traditie of documentatie over bestaat. Op zo een moment besef je hoe we als musicus al beïnvloed zijn door alles wat voor ons gebeurd is en dat je -of je het nu wilt of niet - niet anders kunt dan
verder bouwen op of rekening houden met datgene wat voor ons al geschiedde.

De kandidaten die volgende maandag de finaleweek zullen openen (de Russische Maria Zaitseva
en de Duitser Lionel Martin) nemen vandaag hun intrek in de Muziekkapel in Waterloo. Naast de sleutel van hun kamer is het eerste wat ze overhandigd krijgen de partituur van het plichtwerk. Ik kan me de nieuwsgierigheid en ook de drang om als een gek te beginnen studeren heel goed inbeelden. Het is bij het instuderen van een nieuw stuk altijd moeilijk in te schatten hoeveel uren
je geest en je lichaam nodig zullen hebben om dingen te assimileren. We hebben het vaak over muscle memory, als het over het instuderen van moeilijke loopjes gaat: de capaciteit van je motoriek om zaken zodanig in te studeren dat je ze ten slotte quasi op automatische piloot feilloos kunt reproduceren, zelfs op momenten van extreme stress. Sommige mensen kunnen heel snel dingen opslaan in hun muscle memory. (Vroeger noemden we dat eenvoudigweg ‘talent’.) Kinderen en jongeren hebben er ook minder moeite mee dan mensen op leeftijd. (Ik begin dat stilletjes aan den lijve te ondervinden.) Daarom is het zo belangrijk om met een instrument te starten op heel jonge leeftijd. Om die reden werd in het Deeltijds Kunstonderwijs (DKO) bij ons de leeftijd waarop kinderen kunnen starten met een instrument vervroegd van het vierde leerjaar naar het derde leerjaar. Maar volgens sommige specialisten zou dat idealiter nog vroeger moeten.

Na de middag werd er gewerkt aan Dutilleux en Barber. Het concerto van Dutilleux is echt
complex. Vrij hermetisch ook. Je moet het stuk een paar keer beluisteren voor het je kan raken. Ik zie het als een verre uitloper van het impressionisme van Debussy en Ravel. Het gaat hem in deze muziek vooral over sferen, kleuren (geuren zelfs), suggestieve beelden en vage flarden. Het concerto kreeg als titel ‘Tout un Monde Lointain’, een versregel uit het gedicht ‘La Chevelure’ uit de bundel ‘Fleurs du mal’ van Charles Baudelaire. Ook de ondertitels van de vijf delen van dit concerto zijn citaten uit Baudelaires dichtbundel. Ik ben erg benieuwd hoe dit stuk zal overkomen bij de jury en het publiek. Vandaag ben ik geneigd te stellen dat het me moeilijk lijkt om zich met dit concerto te onderscheiden als cellist. Maar misschien denk ik daar op het einde van volgende week helemaal anders over.

Na Dutilleux klonk Barber bijna als een film score. Deze muziek is toegankelijker dan Dutilleux. Ik hoorde er ook flarden van Bartok (het tweede deel uit het concerto voor orkest) en Bernstein in. Helemaal niet van de poes, deze muziek.
Dit brengen op de KEW wordt een spannend avontuur!

Na een lange repetitiedag keer ik huiswaarts. Mijn hoofd en mijn longen hebben nood aan
frisse lucht.

Ik schrijf u morgen meer KEW-nieuws!

Bram