Beste Vrienden van de Muziek
Alea iacta est. De twaalf finalisten zijn bekend. Supergoed nieuws voor de uitverkorenen, wellicht een moeilijk moment voor de niet-geselecteerden. Alle aandacht gaat nu uiteraard naar de twaalf finalisten. Ik sta graag eerst even stil bij die andere twaalf, zij die de finale niet gehaald hebben. Een van de moeilijkste zaken in het vak van een musicus is volgens mij namelijk het leren omgaan met minder goede resultaten of prestaties. En die hebben we allemaal wel eens. Niemand is onfeilbaar en iedereen blijft wel een keer aan een horde haperen of loopt met zijn kop tegen de muur. Omdat er in elke voorbereiding voor een concert, auditie, examen of
wedstrijd zo eindeloos veel uren geïnvesteerd worden, kan de mentale tik na een
tegenvallend resultaat soms zodanig groot zijn, dat het moeilijk is om die achteraf te boven te komen. Af en toe krijg ik te maken met studenten die na een jaar hard werken toch een minder goed examen spelen en vervolgens compleet in zak en as zitten. Dat is hard. Keihard …
Ik schreef het hier al, een paar jaar geleden: Sepp Herberger, de legendarische Duitse
voetbalcoach, zei ooit: “Nach dem Spiel ist vor dem Spiel”, waarmee hij bedoelde dat er zich na elke match (ook na een nederlaag) een nieuwe wedstrijd aandient, met een nieuwe voorbereiding en nieuwe uitdagingen. Veel tijd om bij de pakken te blijven zitten, is er dus niet. De kunst bestaat er volgens mij in om in elke ontgoocheling of in elke negatieve ervaring toch iets positiefs te vinden, met andere woorden om het dieptepunt(je) te leren zien als de start van een nieuwe groeicurve. En dat kan door te vertrekken vanuit de analyse van wat er nu precies fout ging en wat daaraan te doen valt in de toekomst. Ik hoop dat de twaalf cellisten die gisteren naast de finale vielen iets opbouwend kunnen vinden in hun KEW-deelname en daarmee aan de slag kunnen!
Wat de finalisten betreft: er zijn volgens de reacties van de commentatoren die de
halve finale hebben gevolgd, weinig of geen verrassingen. Er is dit jaar een heel beperkte Aziatische delegatie in de finale. Daar waar er bijvoorbeeld in het verleden echt een Koreaanse trend waar te nemen viel, blijkt die zich niet door te zetten (slechts één Koreaanse finalist). Er is ook slechts één Japanse finalist dit jaar.
Een aantal conservatoria hebben weer heel sterke afvaardigingen. Het New England Conservatory in Boston heeft vier (ex-)studenten onder de finalisten. Drie studenten ook uit de Muziekkapel Koningin Elisabeth bij ons in Waterloo. En natuurlijk ook studenten van het CNSM in Parijs, de Kronberg Academy in Frankfurt, Curtis Institute of Music in Philadelphia en the Juilliard School in New York.
Met de bekendmaking van de finalisten kwamen meteen ook al de te spelen concerto’s voor volgende week uit de bus. En dat is dit jaar een heel mooi en rijk palet: vier maal Shostakovich 1, drie maal Prokofiev, tweemaal Dutilleux, slechts éénmaal Dvorak (vreemd is dat: er waren nochtans negentien kandidaten in de eerste ronde met Dvorak op hun verlanglijstje), éénmaal Lutoslawski en éénmaal Barber. Zes verschillende concerto’s dus in de finale, dat is een mooie afwisseling! Voor het orkest betekent dat aanzienlijk wat werk op de plank. En ook drie heel weinig gespeelde stukken (Dutilleux, Barber en Lutoslawski), maar die varkentjes wassen we wel !
Vandaag was er geen orkestrepetitie. De dag werd besteed aan een gezonde portie zelfstudie
(Dutilleux en Barber). Verder wat intern overleg met de collega’s over wie wat zal spelen (twaalf plichtwerken en twaalf concerto’s in één week eigenhandig spelen zou in noodgeval wel kunnen, maar voor de concentratie en de frisheid is het beter om de taken een beetje te verdelen). En ook wat gezellige tijd met het gezin, als preventieve compensatie voor de komende halve maand van buitensporige uithuizigheid…
Morgen meer KEW-nieuws!
Bram