Beste Vrienden van de Muziek
Het orakel heeft gesproken: de prijzen zijn uitgedeeld. Het was gisteren een heel mooie slotavond van een al even mooie KEW. Ik had vandaag een volle dag, met twee kamermuziekconcerten. Het was goed om het KEW-stof even te laten neerdalen en nu pas vanavond, na wat afstand genomen te hebben, mijn slotbedenkingen te formuleren.
Het was dit jaar een editie om duimen en vingers van af te likken. Met een paar heel bijzondere finalisten! Ik kon mij wel vinden in de top vijf van de jury, al had ik persoonlijk de ‘tiercé’ liever in de omgekeerde volgorde gezien. Maar nogmaals, ik heb te weinig cellokennis om daarover vakkundig te kunnen oordelen en bovendien laat mijn zitje in de buik van het BNO niet toe de kandidaten optimaal te beluisteren. Ettore is een mooie winnaar. Naast eeuwige roem, ontvangt hij 25.000 euro. De winnaar van Roland Garros volgend weekend ontvangt 2.800.000 euro (als ik goed kan rekenenen-met-nullen is dat meer dan het honderdvoud). Ettore mag 4 jaar op de cello van Pau Casals spelen. Ik ben erg benieuwd hoe hij zich - met zijn powerplay - zal voelen op dat instrument. En wat die eeuwige roem betreft: ik denk dat Ettore ook voor de uitstraling van de KEW een goede laureaat zal zijn. Hij heeft nu al een stevige carrière en ik zie die alleen nog maar groeien. De kans dat deze eerste laureaat in de vergetelheid geraakt (zoals het in het verleden al een paar keer gebeurd is), lijkt me heel klein.
Iets om zich dit jaar over te verheugen: het grote deel twintigste eeuwse en eenentwintigste eeuwse muziek waar het publiek tijdens de finaleweek mee geconfronteerd werd. Ik merkte bij veel luisteraars een open geest en een oprechte poging om met die niet-tonale, soms heel dissonante muziek aansluiting te vinden. Bij sommige stukken (zoals Lutoslawksi en Shostakovich) lukte dat al beter dan bij andere (Dutilleux …).
Het ging gisterenavond helaas weer helemaal mis met de temperatuur in Bozar. Wat een verschrikkelijke hitte was me dat! Hoewel het buiten in het begin van de week veel warmer was dan nu, was het gisteren in Bozar toch met voorsprong de heetste avond. Ik ben natuurlijk geen HVAC-ingenieur, maar ik kan me niet inbeelden dat dit anno 2026 niet beter zou kunnen.
Ik moest gisteren tijdens het wachten op de proclamatie onwillekeurig denken aan onze kunstschaatsters Loena Hendrickx en Nina Pinzarrone. In het kunstschaatsen gebeurt de jurering volledig openbaar. Deelnemers en publiek zien zowel de quoteringen van de individuele juryleden, als de berekening van het eindresultaat en het opmaken van de ranking, in alle transparantie voor hun ogen. Er is (net zoals in de KEW trouwens) geen deliberatie of bespreking. Juryleden weten dat het publiek hun quotering ziet en beseffen daardoor dat ze zich geen vreemde bokkensprongen kunnen permitteren. Ik zocht naar argumenten die pleiten voor een geheime jurering (zoals in de KEW) en vond ze niet meteen. Misschien zou het voor de KEW interessant zijn om die denkoefening eens te maken? Een transparantere vorm van quoteren en jureren zou bovendien een aantal ‘rumours’ die elk jaar opnieuw de kop opsteken (die leraar-in-de-jury zus, de Chapelle zo …), onmiddellijk in de kiem smoren. Voor een goed begrip: ik ben niet geneigd die ‘rumours’ zomaar te geloven. Toch vind ik dat meer transparantie een goede zaak zou zijn.
Backstage was er achteraf heel veel vreugde bij de kandidaten. Mooi om te zien hoe de BNO-collega’s de finalisten, eens de proclamatie voorbij was, letterlijk en figuurlijk omarmden na een zo ontzettend intense week. Ik houd sinds mijn eerste KEW van de bijzondere sfeer die in Bozar neerdaalt na de proclamatie. De ernst en de stress die er al heel de week heersten, maken plots plaats voor bevrijding en uitgelatenheid, niet alleen bij de kandidaten overigens, maar bij iedereen die op een of andere manier een taak te vervullen had binnen het concours. En dat zijn ontzettend veel mensen: de medewerkers van de KEW, het BNO en zijn staf, alle mensen van de media, het bozarpersoneel, de gastgezinnen, de catering, noem maar op… Wat mij daarbij opvalt, is de shared goodwill bij al die teams. Hoewel iedereen druk in de weer is met zijn eigen vakgebied en zijn eigen verantwoordelijkheden, merk je toch een soort van gemeenschappelijke ambitie om van dit evenement (van deze traditie, van dit stukje cultureel erfgoed!) iets te maken dat bijzonder goed en uiterst kwaliteitsvol is. Een pluim trouwens voor onze openbare omroep, die het evenement (helaas, nog altijd veel meer ‘niche’ dan we zouden willen) blijft capteren en uitzenden. Ik herinner me dat er ooit een periode is geweest waar de live-uitzendingen werden afgeschaft. Een openbare omroep moet uiteraard rekening houden met de kijkcijfers, maar laat dat a.u.b. niet het enige zijn wat telt. Er zijn nog andere redenen om zoiets unieks als de KEW uit te zenden dan enkel en alleen de kijkcijfers. Ik maakte me ook de bedenking dat alle media de facto deel zijn geworden van de KEW. In de kwantummechanica wordt dat het observatoreffect genoemd: de waarnemer maakt deel uit van (en beïnvloedt bijgevolg) het waargenomene. Een voorbeeld daarvan is de extra stress die de televisiecamera’s veroorzaken, alleen al door het besef dat alles wat op dat moment gebeurt, de wereld kan rondgaan en wellicht ook nog jaren blijft rondzweven op het Word Wide Web.
Wie met die stress erg goed omkan, is dirigent Antony Hermus. Volgens velen een van de spilfiguren van deze KEW. Net zoals Atlas bij de oude Grieken het hemelgewelf op zijn schouders droeg, pakte Antony Hermus deze KEW op zijn rug. Deze zomer loopt het contract tussen het BNO en Antony Hermus af. Het BNO kiest ervoor om nu een tijdje door te gaan zonder chef-dirigent, maar met een vaste poule van gastdirigenten (waaronder Antony Hermus, hij krijgt de titel van Conductor Laureate). En de Maestro himself gaat aan de slag als chef-dirigent in een ander orkest. Welk orkest wou hij me gisteren nog niet zeggen. “Nog een paar weekjes geduld …” Ik ben persoonlijk in elk geval erg blij dat het BNO met deze bijzondere dirigent zal blijven samenwerken.
Het was mij een eer en een genoegen om tijdens mijn dagelijkse treinritten voor u te mogen schrijven (met dank aan de NMBS voor de stiltewagons). Volgens de stats die ik te zien kreeg, was u elke dag met enkele tienduizenden om mijn treinschrijfsels te lezen en dat heeft me, samen met uw vele reacties, complimenten, likes en comments, ontzettend overweldigd. Het op papier zetten van deze regels heeft me persoonlijk ook weer veel bijgebracht, want… de formulering scherpt de gedachte…
Om te eindigen citeer ik graag Angela Merkel die ooit zei: “Achtet auf die Sprache, denn die Sprache ist die Vorform des Handelns”, waarmee ze bedoelt dat we zorgzaam moeten omgaan met onze taal en met wat we zeggen en schrijven, want de taal is altijd de voorloper van onze daden. “Eens de taal de verkeerde kant is opgegaan, gaat ook het handelen heel snel de verkeerde kant op. En dan is zelfs geweld niet meer veraf. Zorgzaam omgaan met taal is door de digitalisering en de sociale media niet bepaald eenvoudiger geworden. Toch moet men net daarom erg voorzichtig omgaan met woorden”, ging Merkel nog verder.
Laten we allemaal Taal én Schoonheid koesteren. Samen met Liefde en Warmte zijn het de allermooiste zaken tijdens onze korte passage tussen wieg en kist.
Tot nog eens!
Bram