Beste Vrienden van de Muziek
Verhuisdag! Het BNO verlaat vandaag zijn repetitiezaal om de straat over te steken, richting Bozar. Sinds september 2025 repeteert het BNO opnieuw in de Ravenstein Galerij, recht tegenover Bozar, in wat lang bekend stond als ‘den Design’. In die zaal (of dat complex) bevond zich van 1964 tot 1986 het ‘Design Centre’, dat als doel had hedendaags Belgisch design nationaal en internationaal te promoten. Eind de jaren 80 werd de zaal omgebouwd tot een repetitieruimte, eerst voor het Orkest van de Munt, later voor het BNO. De repetitiezaal had echter serieus wat nadelen en enkele jaren geleden, onder impuls van toenmalig BNO-intendant Hans Waege, werd het ambitieuze plan uitgewerkt om de zaal aan te passen aan de noden van een groot, hoofdstedelijk symfonisch orkest van de 21ste eeuw. Er werd een volledige tussenverdieping gesloopt, waardoor er een grotere en vooral hogere repetitieruimte werd gecreëerd. En er werd een letterlijke kopie van het podium van Bozar gebouwd, zodat het orkest in dezelfde opstelling als in Bozar kan repeteren. Tegen de zijmuren kwam er een gigantisch, geluidsabsorberend gordijn waarmee naar believen de akoestiek ‘droger’of ‘natter’ kan worden gemaakt. Met dat gordijn kan de nagalmtijd dus aangepast worden, afhankelijk van de orkestbezetting en het soort muziek dat er gerepeteerd wordt. Het resultaat van die verbouwing is
verbluffend goed en mooi! De musici van het BNO zijn dan ook dolgelukkig met deze nieuwe werkplek (de zaal kreeg als nieuwe naam ‘BNO Atelier’), zeker na de omzwervingen van de laatste jaren. Het BNO repeteerde tijdens de verbouwingswerken (die, zoals de traditie het wil, veel langer duurden dan voorzien) gedurende een paar jaar als noodoplossing in tal van andere zalen in Brussel: Residence Palace, Wolubilis, La Tricoterie, de Magdalenazaal, Flagey en zelfs de sporthal van Grimbergen. Maar nu dus, na een nomadenbestaan, terug een vaste stek, nog altijd ideaal gelegen, zo recht tegenover Bozar en vlakbij het Centraal Station!
Vandaag wordt er dus gewerkt aan de opstelling van het orkest op het podium van de Henry Le Boeufzaal in Bozar. Die meneer Le Boeuf was een rijke bankier en muziekliefhebber die een eeuw geleden mee aan de wieg stond van (lees: serieus wat geld op tafel legde voor) de bouw van Bozar, toen nog Le Palais des Beaux-Arts. Architect Victor Horta werd toen onder de arm genomen en die zorgde ervoor dat er een heel knap gebouw werd neergezet. Niet alleen een grote concertzaal (‘de Henry Le Boeuf’ of HLB), maar ook enkele kleinere zalen,een gigantische expositieruimte, twee filmzalen (voor het Belgisch Filmarchief), een brasserie en tegenwoordig zelfs een sterrenrestaurant.
De Henry Le Boeufzaal heeft een bijzonder goede akoestiek, ideaal voor een groot symfonisch orkest. Bij één van de vorige renovaties (ergens na de Tweede Wereldoorlog) werd er geprobeerd om het wankele podium te verstevigen door de ruimte onder het podium vol te gieten met beton. Het gevolg was dat de zaal zijn magische klank volledig kwijt was. De
holle ruimte onder het podium fungeerde namelijk voorheen als een gigantische klankkast voor het orkest op het podium. (Je zou het orkest op het podium kunnen vergelijken met de snaren van een cello en het holle podium met het lichaam van de cello.) Door die betonnen versteviging was de resonantie van het podium echter volledig verdwenen. Bij de grote renovatie in 1999 (ik had toen net mijn eerste stappen in het BNO gezet) werd die betonnen ondersteuning weggenomen en heeft de zaal zijn fenomenale akoestiek teruggekregen. Het is nu weer zo dat, wanneer het orkest een grote imposante forte-passage speelt, ik het podium onder mijn voeten voel meetrillen.
Het enige nadeel in de HLB is misschien dat er geen echte airconditioning is. Er is wel een ventilatiesysteem, maar een airco schijnt - in dit oude gebouw - technisch niet mogelijk te zijn. Dat heeft in het verleden op de KEW al voor saunateske toestanden gezorgd. De combinatie
van mooi ‘communieweer’ buiten, plus meer dan 2000 mensen in de zaal, plus een batterij aan televisiespots boven het podium, heeft meermaals voor tropische temperaturen gezorgd. Gelukkig werkt de televisie tegenwoordig met led-spots. Dat scheelt al heel veel. En, het spijt me dit te moeten schrijven, maar we hopen op niet al te veel zon volgende week …
Een symfonieorkest opstellen op een podium is geen sinecure. Gelukkig heeft het BNO daar met Olivier en Guillaume, vaak bijgestaan door bibliothecaris Christian enkele heel bijdehandse roadies voor (zie foto). Het is vaak een hele puzzel om iedereen een goede en werkbare plaats te geven op het podium. Grosso modo wordt een orkest ‘van luid naar stil’ opgesteld, te beginnen met de luidste instrumenten helemaal achteraan. Dat betekent dus van achter naar voor: slagwerk, koperblazers, houtblazers, strijkers. Als je dat zou omkeren, dan zouden de zachtere instrumenten niet voorbij de muur van geluid geraken die zich vooraan het podium bevindt.
Europese orkesten en zalen hebben heel vaak een podium in verschillende niveaus. Hoe meer naar achteren, hoe hoger de musici zitten. Dat heeft enkele voordelen qua geluidsprojectie in de zaal, qua kijklijnen richting de dirigent en ook qua ‘geluidsoverlast’ voor de orkestmusici: de klankbeker vande trompettist die vlak achter je zit tegen je achterhoofd of net boven je hoofd, dat scheelt! Amerikaanse orkesten hebben dan weer de gewoonte om zich helemaal vlak (iedereen op dezelfde vloer) op te stellen.
Samen met het orkest nemen ook de media geleidelijk aan hun intrek in Bozar. De KEW is met lengten voorsprong het meest gemediatiseerde, klassieke muziekconcours ter wereld. Met twee weken (halve finale én finale) rechtstreekse uitzendingen op nationale radio en televisie én internetstreaming zou het volgens sommigen zelfs één van de meest gemediatiseerde klassieke muziekevenementen ter wereld zijn... na het
Nieuwjaarsconcert in Wenen dan wel. Dit jaar staat de RTBF in voor de captatie van beeld en geluid van de halve finale en capteert de VRT de finaleweek. (Dat wisselt elk jaar.) Die captatie wordt ook gebruikt voor de streaming (op VRT MAX en op de website van de KEW) en daarnaast produceert de VRT volgende week ook nog eens acht uur live televisie eromheen met inleidingen, duidingen en commentaar. Voor de VRT alleen al zijn er volgende week dagelijks 65 mensen in de weer om de KEW tot in uw huiskamer te brengen.
Tot morgen
Bram