Vrijdag 15.05.2026

· Blog KEW 2026


Beste Vrienden van de Muziek

Op algemeen verzoek schrijf ik dit jaar weer een verslag van de voorbereidingen op de
finale van de Koningin Elisabeth Wedstrijd (KEW) voor cello, vanuit mijn
persoonlijk perspectief: mijn stoel in het Belgian National Orchestra (BNO),
het orkest dat de finalisten zal begeleiden in de week van 25 tot 30 mei.
Terwijl de halvefinale nog in volle hevigheid woedt in Flagey, begon het BNO vandaag al aan de
repetities voor de finale-week. Er staat immens veel werk op de lessenaar: het
nieuwe plichtwerk en de keuzeconcerto’s van dekandidaten.

Het plichtwerk voor deze editie werd een compositieopdracht voor de Chinees-Amerikaanse
componiste Fang Man. Het is volgens mij nog maar de tweede keer in de 75-jarige
geschiedenis van de KEW (het concours viert dit jaar zijn Albasten Jubileum)
dat het plichtwerk voor de finale van een vrouwelijke hand komt. De vorige keer
was in 1976 (ik had toen net mijn eerste melktand eruit) met het vioolconcert
van Jaqueline Fontyn. Ergens is dat vreemd, want het talent om goede muziek te
schrijven hangt volgens mij niet af van de vraag of je nu beschikt over twee
x-chromosomen of over een x- en een y- chromosoom. Soit, de Vrouw dit jaar heet
dus Man :-)

De musici van het BNO hebben over het plichtwerk een geheimhoudingsplicht. Het is namelijk
niet de bedoeling dat er vroegtijdig informatie over die nieuwe compositie (of
fragmenten uit de partituur of stukjes opname van de repetities) tot bij de
kandidaten geraakt. Zoals u wellicht weet krijgen de finalisten slechts 7 dagen
de tijd om dit ongekende werk in te studeren, dit in quarantaine in de
Muziekkapel in Waterloo. Ik beperk me in deze kolommen dus tot wat ik wel “mag” vertellen over die compositie, in afwachting van de wereldpremière door de eerste finalist, op Pinkstermaandag 25 mei.

De eerste kennismaking vanochtend met het plichtwerk was bijzonder positief en
interessant. Het stuk kreeg als titel Four Odes to the Tidings of Flowers. Een
moeilijk te vertalen titel (misschien komt ‘Vier Odes aan de Bloemenboodschap’ nog wel het dichtst in de buurt). De componiste baseerde zich namelijk op wat in het oude
China ‘Hua Xin’ werd genoemd: een soort jaarkalender waarin het jaar wordt ingedeeld in 72 periodes van ongeveer 5 dagen en waarbij elk begin van een nieuwe periode
gekenmerkt werd door het tot bloei komen van een bepaalde bloem. Een soort van
bloemen-almanak dus. Aan die bloeiende bloem werden er bovendien bepaalde
spirituele eigenschappen toegekend. Fang Man koos voor haar compositie de vier
planten die met hun bloesem het begin van een nieuw meteorologisch seizoen
aankondigen: orchidee, bamboe, pruim en chrysant voor respectievelijk lente,
zomer, herfst en winter. Zo kwam de componiste dus tot een soort hedendaagse
versie van Le Quattro Stagioni, maar dan niet voor viool maar wel voor cello.
Daar waar Antonio Vivaldi zijn cyclus aanvangt met de lente en eindigt met de
winter, laat Man de solist de vrijheid om de volgorde van de seizoenen zelf te
kiezen. Dat wordt even wennen voor publiek en jury, maar ook voor het orkest.
Laat ons ervan uitgaan dat we bij elk van de twaalf finalisten er zullen in
slagen om op dat vlak geen blunders te begaan :-)

De namiddagrepetitie vandaag werd besteed aan de keuzeconcerto’s. Op dit moment zijn er nog 24 kandidatenin de halve finale. Bij hun inschrijving voor het concours hebben alle
kandidaten hun keuzeconcerto moeten vastleggen voor het geval ze de finale
zouden bereiken. En dat menu is (op dit ogenblik nog) erg divers. Een
overzichtje van de 8 concerto’s die nog in de running zijn: Antonin Dvorak (x7), Robert Schumann (x1), het eerste concerto van Dimitri Shostakovich (x5), het tweede van Shostakovich (x2), Sergei
Prokovief (x5), Henri Dutilleux (x2), Samuel Barber (x1) en Witold Lutoslawski (x1). Van die 24 keuzeconcerto’s zullen er uiteindelijk slechts 12 overschieten. Dat weten we zaterdagnacht, bij de
proclamatie na de halve finale. Het zou dus kunnen dat we de finale spelen met
acht verschillende concerto’s. Maar het zou ook kunnen dat er slechts drie verschillende concerto’s in de finale verschijnen…

Het orkest oefent, in afwachting van het definitieve programma voor de finale, die acht concerto’s in. Immers, er is in de week tussen dehalve finale en de finale niet genoeg tijd om al die mogelijke stukken from scratch te repeteren. Daarom bereiden we ons voor ‘op het ergste’. En bij die acht keuzeconcerto’s zitten ereen paar heel moeilijke kleppers.

Het concerto van Dutilleux (‘Tout un monde lointain’ is eigenlijk de titel van het stuk) is bijzonder lang en erg complex. Ook de Sinfonia Concertante van Prokovief is moeilijk voor het orkest. Het concerto van Samuel Barber is dan weer zelden gespeeld (ik heb het in mijn 27 jaar BNO nog nooit gespeeld) en het concerto van Witold Lutoslawski (waar Hayoung Choi vier jaar geleden de wedstrijd mee won) is verre van evident. Dat stuk is volledig aleatorisch gecomponeerd. Dat betekent dat het toeval (‘alea’ is het Latijn voor dobbelsteen) op het moment van de uitvoering een grote rol speelt. De dirigent dient tijdens dit concerto namelijk 139 cues te tonen. Op elke cue dient er een orkestgroep ‘iets’ te doen: een aantal noten spelen, of een bepaalde module blijven herhalen tot de volgende cue getoond wordt. De dirigent bepaalt op het moment zelf hoeveel tijd hij laat tussen de cues. Dat betekent dus dat het stuk bij elke uitvoering totaal anders klinkt en dat ook de lengte van de uitvoering sterk kan verschillen. De aleatoriek was een belangrijke stroming binnen de hedendaagse klassiek muziek in de jaren ’60van de vorige eeuw en Witold Lutoslawski was er een van de protagonisten van.

Sinds een aantal jaar werkt de KEW voor haar vierjarige cyclus (viool-piano-cello-zang) met een
alternerende beurtrol voor de drie Brusselse orkesten (Belgian National Orchestra, Brussels Philharmonic en het Symfonieorkest van de Munt). Een beurtrol die in 2020 door de coronacrisis al door elkaar werd gegooid. Dat heeft ertoe geleid dat het dit jaar eigenlijk de eerste maal is dat het BNO de cellowedstrijd begeleidt. (Bij de eerste twee celloconcoursen in 2017 en 2022 was dat Brussels Philharmonic). Voor ons orkest een leuke nieuwe uitdaging en een boeiende afwisseling!

Het orkest werkt voor deze editie van de KEW onder de leiding van zijn chef-dirigent Antony
Hermus. In het verleden was het vaak zo dat de KEW speciaal voor de wedstrijd een gastdirigent engageerde. De laatste tijd wordt er echter steevast gewerkt met de chef-dirigent van het betreffende orkest. Zo een marathon als de KEW is echt een kolfje naar de hand van Antony Hermus: vol energie en met uiterst veel toewijding neemt hij heel het orkest mee door dit lange avontuur. Trouwens, niet alleen het orkest neemt hij mee, maar straks ook de kandidaten, voor wie hij uiterst behulpzaam en communicatief is. Ik ben superbenieuwd naar de komende twee weken!

Morgen meer KEW-nieuws!
Bram